Bianca schrijft

Bianca schrijft

De wereld in mezelf

Lezen is mijn hobby, schrijven een passie, een manier van leven.

Schrijvend geef ik dingen een plaats, dat doe ik al mijn leven lang.

Kleine en grote zorgjes, mooie en ontroerende momenten maar ook boosheid en frustratie in mezelf, geef ik een plaats buiten mezelf, door letters op papier.

Omdat het gaat over mijn gezin, mijn familie en vrienden, maar ook over alledaagse dingen, over sport, en actua enz., heb ik de pretentie te geloven dat mijn schrijfsels ook anderen kunnen boeien.... Of niet?

Een koude nek, warme tunnels en vochtige kamers #dag14

Tour 2017 #verhalenonderwegPosted by Bianca Thu, July 13, 2017 09:19:05

Bergetappes zijn altijd een uitdaging, bij goed weer een geweldige zweet partij, bij koud weer een geweldige kleedpartij. Als de aankomst plaats dan ook nog eens de naam draagt van 2000, weet je dat je hoog zal eindigen. Niet in de betekenis van een goed resultaat, maar in de betekenis van ijle lucht en vooral heel veel zuurstof tekort om je motor goed te laten draaien.

3 reuzen stonden op het programma, uren op het binnenblad en de ketting op het achterwiel helemaal links om toch maar aan de nodige omwentelingen te geraken.

Nadenken is dan vooral, niet nadenken. Het tijdsgevoel bedriegt je langs alle kanten. 1 km bergop kan 6 min duren, in een sprint duurt dezelfde afstand, 1 min. 6x langer trappen om een zelfde afstand af te leggen. Je hersenen vinden dat raar, geloof mij.

Een grijze dag was het, geen zon alleen een vals plafond van grijze wolken met een gesprongen waterleiding. Regen, regen en nog eens regen tikte een ganse dag op mijn helm.

Eerste reus kwam eraan en de regenvest kon uit. Om bergop te kunnen fietsen moet iedere porie kunnen ademen. Zuurstof om je 1 cilinder motor op volle toeren te laten draaien. Na een uur klimmen komt de eerste top in zicht, 1845 meter hoog. De laatste honderden meters worden dan gebruikt om de afdaling voor te bereiden. Veel tijd is er niet want iedereen wil de afdaling vooraan beginnen en het tempo gaat dan altijd de hoogte in. Met een forse wind, regen en een belachelijk traag tempo is het geen lachertje om die regenvest aan te doen. Uit je achterzak halen, even in de wind laten flapperen om het vest te ‘ontrollen’, handen los, linker arm, rechter arm en sluiten. Juist op tijd, hier gaan we naar beneden.

Van een belachelijk laag tempo op 10 sec tijd naar een supersonische snelheid op 2 dunne bandjes, met remblokjes kleiner dan een lego blokje vlieg je naar beneden. 20 sec verder begint de koude zijn intrede te maken op je lichaam. Eerst het gezicht, daarna de borstkas, hand, voeten, benen moeten er allemaal aan geloven. Concentratie is dan de boodschap. In normale omstandigheden, bv in je zetel in een fruitfrigo, haal je het niet, maar met de schrik om uit de bocht te gaan en te sterven, kan je geest veel aan. De geest neemt over want fysiek ben je ingevroren. Een stemmetje zegt dan steeds: ‘het is maar voor even, straks sta je onder de douche en zit je voor het haardvuur. Pijn is tijdelijk.’

Veilig beneden geraakt, oef. Eten is nu de boodschap, met je hand onder je regenvest grijp je vlug het eerste wat je te pakken krijgt.

De 2e reus komt eraan. Het bord staat er: 22 km te gaan naar de top. De eerste kilometer is een hel. Duizenden naalden folteren je benen. Dit zijn niet die getrainde krachtige benen, dit zijn ijslolly’s van het ijsboerke, klaar om verkocht te worden. Maar dan begint de lichaamstemperatuur terug te stijgen, bloed begint te stromen en de benen draaien weer zoals op een zomerse dag. Regenvest gaat uit. Je roept de auto om wat extra drinken, liefst warme thee om even vast te houden en dan zachtjes uit te drinken. De natte regenvest wordt weggeborgen.

Deze keer ga ik boven de 2000 meter, de grens waar iedereen vermogen verliest. Feitelijk een universele wet want auto’s beginnen hier ook te sputteren. De krachtige bolides worden brave lammetjes. Nog 214 meter stijgen en ik duik terug naar beneden. Het lichaam heeft wel al afgezien, reserves zijn aan de beurt om je verder te helpen. De beruchte volle tank is leeg. Een lichtje begint te knipperen, bijtanken.

Eenzelfde ritueel aan de top, ik trek het regenvest over mijn borstkas.

De top is apocalyptisch. 30 mensen op de top ipv 300, donker alsof het al nacht is en wind die de dranghekkens maar juist de baas kunnen.

De natte regenvest heeft niet meer dezelfde beschermingsfactor als daarjuist. De verzadiging is compleet. Geen enkel vezeltje is nog droog en de regenvest is nu eerder een geleider van koude dan een beschermer.

Snelheid gaat terug de hoogte in, de koude neemt onmiddellijk over. In extreme omstandigheden krijgt de nek het meeste klappen. Alsof het hoofd wil loskomen van het lichaam en de nek de schakel is die loskomt. Je kan niet meer naar links of rechts kijken en de spieren beginnen terug aan een naalden kuur. Die nekpijn vergeet je nooit. Hier vecht je tegen.

Ik roep de volgwagen in volle afdaling en vraag een bus warme thee. Mijn sportdirecteur komt langs mij rijden. Beeld je niet in dat dit vanzelf gaat. Hoge snelheid, veel bochten en geen ruimte voor fouten is het decor. Ik neem de drinkbus vlug aan, auto remt bruusk en ik ga de bocht in met 1 hand op de rem, ander hand klemt de gouden drinkbus vast.

Het kan mij geen klote schelen of ik val maar mijn nek moet warm krijgen. Aan 75 km/u leg ik de drinkbus in mijn nek. Het is alsof ik terug tot leven kom. Van een ‘niks kan mij nog schelen gedachte’ verander ik terug in de renner die wil aankomen. De drinkbus blijft nog even liggen, zalig. In feite terug naar je oerinstincten, alle comfort is weg en je lichaam gaat in overlevings-modus. De geest heeft dan altijd controle en geeft je alle bevelen om te overleven. In mijn geval, warmte zoeken voor er functies uitvallen.

De 5 tunnels die we nog doorrijden zijn ook een aangename opwarming. Het voelt aan alsof je door een radiatorbuis wordt gezogen, gevuld met warme stoom. De sportdirecteur is ondertussen lek gereden en een wiel aan het veranderen. Straffe mannen.

Waar blijft die klote klim, ik wil mij benen terug voelen.

3e reus duikt op. Het bordje is zalig om te zien, 12 km en daarboven zie ik de knop van een autoverwarming, een koude Morgana. Naalden in de benen bij het begin, een denkbeeldige tropische zon na 2 km klimmen. Het schakelen gaat moeizaam maar de ketting rolt naar het binnenblad en wipt naar de 24 tanden achteraan. Ik voel een rode gloed komen. Weer een dag in de bergen overleeft.

De aankomst is in zicht, achterwiel wordt afgeklokt, streepje bijgezet. Pijn is tijdelijk.

Aangekomen in het hotel komt de verzorger mij opvangen. ‘Ik heb je bad al laten vollopen’: zegt hij, schitterende mensen verzorgers.

Kamer 235 staat er op mijn sleutel. 231, 233 en ik stap mijn kamer binnen. Het valt mij op dat de luchtvochtigheid vrij hoog is. Badkamer deur gaat open en het water komt mij tegemoet. De randen van de witte badkuip hebben iets weg van een muur waarlangs water loopt. Zo een waterval muur is mooi om zien, witte waterval kuipranden na een dagje in de frigo wat minder fraai.

FREDDY GODVERDOMME mijn kamer staat onder water: brul ik. Freddy komt aanlopen en de sorry’s zijn niet bij te houden. Hij is een west-vlaming dus ‘Sorry we’.

Het bad loopt niet alleen over, het water is ook nog eens kokend heet. Freddy draait de kraan dicht en steekt zonder verpinken zijn hand in het kokend water. ‘Sorry we’ puft hij nog.

Verzorgers zijn straffe gasten.

Het kan mij eerlijk gezegd ook allemaal maar weinig schelen. Ik zit warm en binnen 20 min proper is een zalige gedachte. Straks ook de verzorger nog eens bedanken en waarschijnlijk eens goed lachen.

De nacht heb ik doorgebracht in een vochtige kamer. Na 2u ben ik gestopt met rillen en kan ik de slaap vatten. De maag is ondertussen ook al aan het werken om de reserves terug aan te vullen.

De dag erna vliegen we er terug in alsof er niks gebeurd is.

Lichaam en geest….een sterk duo.

(Geschreven en beleefd door Tom Steels)





  • Comments(0)//www.biancakeijzer.be/#post361