Bianca schrijft

Bianca schrijft

De wereld in mezelf

Lezen is mijn hobby, schrijven een passie, een manier van leven.

Schrijvend geef ik dingen een plaats, dat doe ik al mijn leven lang.

Kleine en grote zorgjes, mooie en ontroerende momenten maar ook boosheid en frustratie in mezelf, geef ik een plaats buiten mezelf, door letters op papier.

Omdat het gaat over mijn gezin, mijn familie en vrienden, maar ook over alledaagse dingen, over sport, en actua enz., heb ik de pretentie te geloven dat mijn schrijfsels ook anderen kunnen boeien.... Of niet?

Veldkappelletjes #dag16

Tour 2017 #verhalenonderwegPosted by Bianca Sun, July 16, 2017 09:26:43

Ik lag te slapen. Zo onschuldig als ne pasgeboren baby met als enige misdrijf een schilderij van Van Gogh in zijne pisdoek. Mijn armen lagen in kapstokhouding en mijn lomp lijf op half zeven.

En toen moet het gebeurd zijn, bij nacht en ontij of bij’t krieken van de dag…. Ik werd er ‘vijfenzestig’!

Ik wéét het… het is geen eenentwintig meer en ook nog gene soixante-neuf, maar kom, ik zou het toch graag bewust beleefd hebben. Vijf-en-zestig! Asjemenou! Toen ik mijn plechtige communie deed, achtte ik mijn nicht van achttien al rijp voor het museum.

En daar lag ik nu te maffen en ik weet zelfs niet of er die nacht een nieuwe ster van eerste grootte aan het firmament flikkerde.

Ik pitte, ik snurkte en ik verjaarde mezelf in hemelse onschuld. Geen nachtmerrietoestanden met Amerikaanse Happy Birthdaytaferelen, geen dorpsfanfare aan de voordeur (en tien bakken Pils voor hen aan de achterdeur) en géén 65 kaarsen…

Ten bewijze van mijn onaangetaste fitheid deed ik bij mijn ochtendgymnastiek enkele bijkomende oefeningen. Normaliter oefen ik elke morgen door ritmisch en beurtelings mijn linker- en mijn rechteroog vijfmaal open en dicht te doen. Die triomfantelijke dag vierde ik (en eerlijk gezegd- op mijn communiezieltje- er waren geen toeschouwers, dus daar deed ik het niet voor) met een extraatje, met een toetje op de vla. Ik strekte en hief beide benen met een zelfbewust buikspierimago en wilde tot tien tellen. Bij 3 kraakte het bed echter onder mijn vallende stelten.

Goed, juste, g’hebt gelijk, meneer de witte-jassen-doktoor. Ik zou toch beter wat meer beweging nemen. Mijnen darts, mijne poker, mijn televisievoetbalavondje of mijn pintelierehefavond zijn niet voldoende. Weet die klerelijer en gediplomeerde ‘pikkurenvent’ zich natuurlijk geruggesteund door het artikel vandaag in de krant dat ‘hart- en vaatziekten’ tot eerste doodsoorzaak in ons land proclameerde.

Dus toch maar wat meer beweging gefokt als extraatje bij mijn flapperende oren.

Ik schafte mij ne velo aan. Ene met twee wielen. ‘Ah jàààà!’ zou dokter Lecompte zeggen.

Ene van 975BF. Bij de politie. Pas opgevist uit de Nete. Niet die politie maar die velo.

Ik plofte die naar vis stinkende tweewieler tussen mijn billen en begon Gods landerijen te adoreren.

En waar men gaat langs Vlaamse wegen, komt men U, Maria, pardon…euh…kapellekens tegen.

Ik negeerde de H. Apollonia, de Heilige Rita en Sinte- Amelbergs (voor elke kwaal, van zweetvoeten over schurft, naar de ‘seskens’ toe hadden ze hierboven wel nen heilige sponsor.) en frequenteerde ‘Het Badhuis’, ‘De Beemden’ en ‘ ’T Schipke’ : daar aanbaden ze Bachus, ne veelgeprezen streekheilige.

Ik ben wel gene (wél…geene…euh) BV maar dan toch ne VV (ne vrome Vlaming) en selecteerde uit de drankenkaart dus telkens een ‘Moeder Overste’, een ‘Paterke’, een ‘Sint-Sixtus’, een ‘doodzonde’ of ne ‘Judas’.

Beweging of niet, als het maar niet naar ne ‘Mort Subite’ leidde….

De oude Vlaamse herbergen werden mij een trefpunt met gratis licht en warmte. Een plek waar ik kon mijmeren, doorzakken, oeverloos filosoferen, discussiëren en redetwisten over geweld en zatlapperij, eten en drinken, de vrouwkes en de mannekens of het voortbestaan van onze planeet.

Mijn fietstocht werd een kroegentocht, gepaternosterd langs Vlaamse wegen met een nog Vlaamser heiligencircuit. Ik zag de verloedering van het landschap maar merkte de wallen onder mijn eigen ogen niet. Overwerkt natuurlijk en zeker niet te wijten aan het vereren van de plaatselijke biertempels.

Al ben ik ne Lierenaar….en kan en mag ik mijn roots niet verloochenen. Wetende bijvoorbeeld dat mijn broer in de Huybrechtsstraat woont en dat de herberg ‘Sint-Huybrecht’ destijds in 1775, met 340 vaten bier de koploper van de Lierse herbergen was. Dit is ongeveer 157 liter bier per dag…ofte 630 hedendaagse pintjes…. En dat was destijds zonder mijn bijdrage.

Ik fietste gewetensvol mijn kilometertjes bij mekaar. Mijn hartspier versterkte bij elke trap en mijn buikspieren verslapten bij elke dubbele trappist van Westmalle. Gelukkig dat er maar vijf echte trappistenkloosters zijn in ons land.

Ik werd inmiddels dus ‘vijfenzestig’ en cultiveer sinds vorige maand ne niersteen.

“Veel drinken” zei mijn huisarts.

Op medisch advies zeg ik U dus: ‘Prosit!’

Door: Vake Raf

(een verhaal uit 1998)



  • Comments(2)//www.biancakeijzer.be/#post363