Bianca schrijft

Bianca schrijft

De wereld in mezelf

Lezen is mijn hobby, schrijven een passie, een manier van leven.

Schrijvend geef ik dingen een plaats, dat doe ik al mijn leven lang.

Kleine en grote zorgjes, mooie en ontroerende momenten maar ook boosheid en frustratie in mezelf, geef ik een plaats buiten mezelf, door letters op papier.

Omdat het gaat over mijn gezin, mijn familie en vrienden, maar ook over alledaagse dingen, over sport, en actua enz., heb ik de pretentie te geloven dat mijn schrijfsels ook anderen kunnen boeien.... Of niet?

Fietsen voor het goede doel (Veerle VDW) #dag22

Tour 2017 #verhalenonderwegPosted by Bianca Sat, July 22, 2017 10:00:35


Vrijdag 1 november 2013 – Possotomé – Cotonou 80 km

Van half 11 tot kwart voor 6 goed geslapen ! Katrien was zelfs jaloers omdat ik zo snel echt lag te slapen. Dat komt omdat de vermoeidheid nu echt toeslaat : gezwollen vingers en gezicht, wallen, koortsblazen…

Breakfast with a view! En wat voor één: de zon kwam op boven het meer! Maar je voelde toch een beetje stress. Vandaag stond er 80km op het programma, waarvan 30km over het strand dus zware zandstroken. Zou dat allemaal wel lukken?

We vertrokken met de fiets om 7u. Patricia, één van de meest getrainde madammen van de groep, was geveld door de diarree, en ging mee met het busje rechtstreeks naar het hotel. Na haar volgden er nog heel wat anderen met buikloop. Toch iets in het eten? Of was het gewoon door de slechte hygiëne of vermoeidheid?

We hadden gisterenavond voor het eerst sla en tomaten bij het eten, maar deze werden gewassen met javel (ja, echt!).

Langs het meer volgden we een hobbelige mooie route. Het viel ons op, naarmate we dichter bij Cotonou komen, dat de kinderen meer vroegen om “l’argent” en “cadeau”.

De zandweg ging over naar asfalt en we zagen een vreselijk ongeluk . Twee brommers waren frontaal op elkaar ingereden. Ik zag een man liggen met zware hoofdwonde gekneld onder de motor. Al vrij snel kwam er gelukkig een ambulance. Het ziekenhuis passeerden we even later, het was voor ons een grote opluchting dat ze niet ver moesten rijden. Al moet ik eerlijk bekennen dat dit beeld nog lang op mijn netvlies bleef staan…

Na wat kilometers hadden we de keuze tussen asfalt en een stuk brousse. Ik koos heel bewust voor de brousse : nog een laatste keer ‘crossen’, genieten van dit prachtige stukje natuur, het binnenland opsnuiven… We volgden ook een stuk oude spoorweg en dan kwam de laatste aanloop naar de oceaan.


We passeerden verschillende beelden die symbool staan voor de verschillende stammen en plots stonden we aan de fameuze ‘Route de la Pêche’(een zandweg/strandweg die langs de zee loopt met diepe zandstroken – men had ons hiervoor terecht gewaarschuwd ) En daar was ze dan : de oceaan!

Directe stop voor een terrasje! 50km hadden we achter de rug, nog 30km te gaan. Maar eerst even bijtanken en een hapje eten. Zoals gewoonlijk: een stuk stokbrood met mayo en ei! We bezochten de ‘Porte de Non-Retour’ in het dorpje Ouidah, een herdenkingsmonument voor de slavernij. Onze gids vertelde over de geschiedenis. De stad was belangrijk in de internationale slavenhandel. Dit was het verzamelpunt voor slaven uit Bénin, Ghana, Nigeria, Togo, Burkina Faso, … Ze kwamen te voet, geketend aan hun handen en voeten. Ganse families werden verscheurd. Zowel mannen, vrouwen als kinderen werden ingezet als slaaf. Onderweg probeerden verschillende mensen nog zelfmoord te plegen, door zich vol te proppen met zand en zo te stikken. De mensen wisten niet waar ze naar toe gingen, maar één ding wisten ze wel: ze keerden nooit meer terug…

Volgens de Voodoo-religie deden zowel mannen als vrouwen x-aantal rondjes rond een boom, afhankelijk van het aantal paar ribben. Zo zou hun ziel achteraf wèl nog terugkeren. Op de boot bleven ze vastgeketend. Mannen moesten op hun buik liggen, vrouwen op hun rug. Om de 48 uur kregen ze een beetje eten. De doden werden als aas gebruikt om schelpen te verzamelen (de voorganger van het geld zoals we nu kennen). Het zijn stuk voor stuk vreselijke verhalen, waarbij we moeite hebben om onze tranen te bedwingen. In volledige stilte uit eerbied voor wat hier ooit gebeurde, stappen we door de poort. Kippenvelmoment !

Daarna werd de lucht uit de fietsbanden gelaten om je fiets in het zand beter onder controle te kunnen houden. Ik was een beetje té enthousiast en liet al de lucht weglopen, gelukkig zag Korneel het gebeuren en gaf hij de gouden raad om er toch maar weer wat lucht bij te pompen. Ik pompte niet enkel de banden maar ook mezelf wat moed in …

De laatste 30 kilometer : ik beloofde mezelf om tijdens het afzien toch ook te genieten. Het was terug snikheet, het warmste deel van de dag! Toen mijn fietsmaatjes moesten stoppen om een lekke band te vervangen, besloot ik om al alleen verder te fietsen. Ik was doodop en dacht dat ik niet meer zou kunnen vertrekken nadat ik even stopte. Dus ik zou rustig alleen verder fietsen en zij zouden me inhalen nadat de band vervangen was. Heel in de verte zag ik nog een fietser… Ik trapte mijn eigen rustige tempo en genoot van het uitzicht : knalblauwe hemel, palmbomen, geen wolkje aan de lucht,..

Maar de zee werd plots woeliger, de golven werden hoger en kwamen dichterbij, de oceaan toonde zijn kracht. De opgedoken wolken werden donkerder en er kwam een stevig windje opzetten. Het kostte me alsmaar meer moeite om vooruit te raken en de fietser voor me was al lang uit mijn gezichtsveld verdwenen…

Toen het zo hard waaide dat er een palmtak uit een boom viel en ik even later ook een kokosnoot naar beneden zag donderen, werd ik bang. Vallende kokosnoten zijn één van de belangrijkste doodsoorzaken in tropische landen! Ik besloot om te stoppen en te wachten tot de fietsers achter me me ingehaald hadden. Samen staan we sterker en het geeft een veiliger gevoel!


Maar ze bleken niet op komst en enkele minuten later brak een onweer los. De wind draaide 180 graden van in de rug naar op kop, en voelde plots koud aan. Ik werd net niet omver geblazen en besloot dat het verstandiger was om toch de fiets op te stappen en te beginnen trappen. De eerste druppels vielen en voor ik het wist zat ik in een enorme plensbui.

Alleen, uitgeput maar vooral heel erg bang van moeder natuur die zo wild tekeer ging, nam ik me voor ik de resterende 20 kilometer dapper verder af te leggen. Maar de angst werd groter en mijn hartje kleiner. Dikke druppels op mijn wangen, en ’t was geen regenwater…

Ik was bang en boos tegelijk : ‘Verdorie wat doe ik hier ? Is dit wel verantwoord ? Waar zijn die anderen ? Waar is die jeep die altijd als laatste rijdt ?’

En dan na een tiental minuten… in de verte een gele bus. Zou dat Paul zijn ? Hoop geeft moed en de benen draaien terug rond, net als de wielen. Traag maar zeker, tegen de wind in beuken. Daar staan Paul en Goedele te zwaaien. Ik schreeuw het uit als ik bij hen ben :’O, ik was zo bang…’

Goedele vraagt om het te herhalen voor de camera en uit een betonnen vissershutje hoor ik stemmen. ‘Jaja, ’t is Veerle, ze is er !’ Ze waren met z’n allen gaan schuilen omdat het weer te guur werd en ze vonden een betonnen hutje.

Toen ik wat bekomen was, was het er eigenlijk best gezellig en ik veronderstel dat het ook echt bewoond werd… De regenbui duurde nog een halfuur, en daarna sprongen we terug op de fiets. Na 10 km stopten Nadia en ik om de achterbanden wat bij te pompen, door de regen was de ondergrond minder zanderig. Die bijgepompte bandjes voelden aan als een wereld van verschil. We vlogen nu in plaats van te fietsen. Of had dit ook te maken met het gelukzalig gevoel van de laatste kilometers? In ieder geval bij de laatste pauze op het strand vloog ik letterlijk net iets te hard …uit de bocht. Gelukkig zonder erg, en we konden er om lachen.

Tijdens deze pauzestop duurde het niet lang vooraleer Harre, Cathy en Karl de zee in doken. De ruwe zee was verraderlijk. Het strand helde af naar beneden, en de grote golven verrasten. Bij het terugkeren van zo’n golf was de stroming richting diepe zee erg sterk. Je moest stevig op je benen staan om niet naar achter gesleurd te worden.

En dan … de laatste kilometers … Het sterke groepsgevoel zorgde ervoor dat we beslisten om de laatste 2 kilometer op een rustig tempo als groep samen te rijden.

Ik kan jullie vertellen dat ik nu weet hoe een toprenner zich moet voelen als hij op de Champs- Elysées rijdt. Kiekenvlees en tranen in de ogen, de tour zal ik nooit rijden maar het gevoel heb ik zeker gehad.

En YES, WE DID ! Wat ’n gevoel !

Felicitaties, knuffels, tranen, hoerageroep,ontlading…

Na 6 dagen en 400km was een groep mensen die elkaar voordien amper kenden zo close geworden. We hadden zoveel ongelooflijk unieke en ontroerende momenten samen beleefd dat die finish heel erg symbolisch was voor ieder van ons. Het was ook het einde van een lang jaar werken en toeleven naar.. We keuvelen nog wat na, een laatste keer in onze smerige fietskleren.

We logeerden in hetzelfde hotel als de eerste nacht en kozen voor dezelfde kamer. Het demonteren van de fietsen kon beginnen en dat ging verbazend goed vooruit. Ergens sprong er wel een veertje weg dat ik niet meer terugvond in het zand…

‘s Avonds aten we op het strand, met nog steeds onweders boven de zee, heel mooi zo in het donker. We kregen een opgerold broodje met ongelooflijk lekkere looksaus, geserveerd met een cocktail van rum en ananassap. Daarna kregen we bakbananen, gefrituurde maniok en groenten. Perfect!

De laatste “orde van de dag” was er eentje met bedankingsgedichtjes. Toen we terug aan het hotel werden afgezet, besloten we om deze laatste avond echt te vieren en nog even een ommetje te maken via een barretje. Gezellig en ’t werd later dan verwacht.

Op de muur stond een tekst geschilderd die onze reis zo mooi samenvatte. De ideale afsluiter !


Geschreven en beleefd door Veerle VdW



  • Comments(0)//www.biancakeijzer.be/#post370